Overdracht & samenhang / Waterroute & omgeving
Regenwaterafvoer in een dakproject: van dakvlak naar bestemming
Een uitloop op een tekening is maar één punt in een waterroute. Het dakvlak, de afvoer en de bestemming van het water horen bij elkaar. Bij verandering van het dak kunnen meerdere delen van die route opnieuw een ontwerpvraag worden.
Waarom stopt de afvoervraag niet bij de dakuitloop?
De waterroute verbindt het dakvlak met afvoerleidingen en een bestemming. Een noodvoorziening en eventuele berging hebben eigen functies. Het projectontwerp beoordeelt hun samenhang voor de concrete gebouwsituatie.
Wat tussen onderdelen wordt afgestemd.
Deze punten verduidelijken informatie en afstemming. Ze zijn geen verplichte uitvoeringsvolgorde of planning voor uw gebouw.
De gewone route
- Betrokken rol
- Dakontwerper en installatieontwerper
- De verbinding met ander werk
- Dakvorm en aansluiting op het vervolg
- Document of informatie
- Overzicht van de beoogde waterroute
De noodsituatie in het ontwerp
- Betrokken rol
- Constructeur en dakontwerper
- De verbinding met ander werk
- Projectspecifieke belasting en afvoervoorzieningen
- Document of informatie
- Bijbehorende ontwerpbeoordeling
De bestemming vanaf het perceel
- Betrokken rol
- Opdrachtgever en betrokken planadviseur
- De verbinding met ander werk
- Lokale regels en bestaande voorzieningen
- Document of informatie
- Geraadpleegde locatie- en waterinformatie
Van opvang naar een volgend onderdeel
Regenwater komt op het dakvlak terecht en wordt via een ontworpen route verder geleid. Op een overzicht kan die route een uitloop aan de rand of een afvoer door het dak omvatten. Vervolgens hoort er een aansluiting op een leiding of andere voorziening bij. De locatie van het zichtbare punt vertelt nog niet waar het water uiteindelijk terechtkomt.
Voor een projectgesprek is het daarom nuttig onderscheid te maken tussen de dakzijde en het vervolg. Als het dakvlak wordt uitgebreid, veranderd of anders gebruikt, kan de verbinding met bestaande voorzieningen onderdeel van de ontwerpvraag zijn. Dat is geen reden om zelf een afvoer te verplaatsen of water over het dak te laten lopen als proef. Een route op papier wordt beoordeeld in samenhang met het echte gebouw.
De gewone route en de noodroute
IPLO behandelt bij nieuwbouw de noodafvoer van lichte platte daken met stalen dakplaten op een stalen draagconstructie, naast reguliere afvoeren. Het genoemde uitgangspunt is een situatie waarin de gewone afvoer niet mogelijk is. Ook de belasting door water en de vervorming van de constructie horen in die beoordeling. De bron beschrijft daarmee een samenhang tussen afvoerontwerp en constructie, geen losse keuze voor een extra gat in de rand.
Het nieuwbouw- en constructiebereik van deze bron is belangrijk. Uit deze uitleg volgt niet welke voorzieningen uw bestaande dak verplicht moet krijgen. Een opening in een foto is evenmin vanzelf een correct ontworpen noodafvoer. De projectpartij benoemt de functie van bestaande of nieuwe onderdelen en de beoordeling waarop de gekozen oplossing berust. Deze gids bevat geen diameter, capaciteit of ontwerpmaat om zelfstandig toe te passen.
Bron bij deze uitleg:IPLO · Noodafvoersysteem bij platte daken, nieuwbouw
Water vasthouden is een afzonderlijke functie
Een plan kan ook voorzien in het tijdelijk bergen en vertraagd afvoeren van water. Dan is de bestemming en het tijdsverloop onderdeel van de bedoelde functie. Dat verschilt van een gewone afvoer die water verder voert. Het toevoegen van begroeiing of een waterbergend pakket verklaart op zichzelf niet hoe de route, de berging en de constructie samen zijn ontworpen.
IPLO beschrijft dat gemeenten via het omgevingsplan regels over waterkwantiteit kunnen stellen. De voorbeelden op die pagina zijn geen vaste Utrechtse hoeveelheid voor ieder woningdak. Welke regels voor een concreet plan gelden, wordt op de locatie nagegaan. Het gemeentelijke spoor vervangt bovendien geen constructieve beoordeling van de gekozen berging of de bestaande onderconstructie.
Bron bij deze uitleg:IPLO · Gemeentelijke ruimtelijke regels en waterkwantiteit
Fictief: een nieuwe uitbouw naast een bestaand dak
Een fictieve woning krijgt een uitbouw. De eerste schets toont één regenpijp aan de achterzijde, met twee dakdelen die erop lijken aan te sluiten. Daarmee is alleen de bedoeling zichtbaar. De schets zegt nog niet of het bestaande vervolg voor de verandering is beoordeeld, hoe een noodfunctie is opgenomen of welke bestemming voor het extra water is bedoeld.
De ontwerper verbindt die vragen aan de betreffende dakdelen, voorzieningen en locatie. De gemeente Utrecht wijst bij de planvoorbereiding afzonderlijk naar technische eisen en omgevingsplaninformatie. Zo kan het dossier zowel de gebouwuitwerking als de locatiegebonden vraag bevatten, zonder dat een getekende pijp als bewijs voor beide antwoorden wordt gebruikt.
Bron bij deze uitleg:Gemeente Utrecht · Uw bouwplan maken
Bronnen & deze versie
Deze bronnen ondersteunen de algemene uitleg. De toestand van uw eigen dakdelen, eigendomsverdeling en benodigde afspraken volgen niet uit een algemeen dossier.
- IPLO · Noodafvoersysteem bij platte daken, nieuwbouw ↗
- IPLO · Gemeentelijke ruimtelijke regels en waterkwantiteit ↗
- Gemeente Utrecht · Uw bouwplan maken ↗
Samengesteld voor dakdekker-utrecht-leidscherijn.nl. Inhoudelijke versie: .
Onze redactionele aanpak ↗